
Wet op de dierproeven
Artikel 10
1
Het is verboden een dierproef te verrichten voor een doel
a
dat, naar de algemeen kenbare, onder deskundigen heersende opvatting, ook kan worden bereikt anders dan door middel van een dierproef, of door middel van een dierproef waarbij minder dieren kunnen worden gebruikt of minder ongerief wordt berokkend dan bij de in het geding zijnde proef het geval is;
b
waarvan het belang niet opweegt tegen het ongerief dat aan het proefdier wordt berokkend.
2
Het is verboden een dierproef te verrichten door middel van LD50/LC50 test-methoden.
3
Van het in het tweede lid bedoelde verbod kan door Onze Minister vrijstelling worden verleend indien wordt aangetoond dat voor de in dat lid genoemde methoden geen alternatief aanwezig is.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.